Beleidsmedewerker vrijetijdseconomie
Dé manier om van je hobby je beroep te maken, is om je in je werk bezig te houden met vrije tijd en leuke dingen in je omgeving. Als beleidsmedewerker vrijetijdseconomie, ook wel beleidsmedewerker toerisme en recreatie genoemd, houd je je bezig met het analyseren, ontwikkelen, stimuleren en communiceren van toeristische en recreatieve mogelijkheden binnen een stad of regio. Je denkt na over vraagstukken als: wat zijn geschikte locaties voor een nieuwe bioscoop? Welke evenementen organiseren we om de stad aantrekkelijk te houden? Is er voor iedere doelgroep wel genoeg te doen in de stad? Je werkt bij een grotere gemeente of een provincie.
Ineke Lemmers is beleidsmedewerker vrijetijdseconomie bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Den Haag: "Vrijetijdseconomie is een leuk en afwisselend onderwerp. De ene dag ben ik bezig met de plannen voor een kinderspeelhal, de volgende dag ga ik op zoek naar een geschikte locatie in de stad voor een luxe congresgebouw. Daarnaast heb ik met veel verschillende afdelingen en diensten binnen de gemeente te maken en zitten er regelmatig ondernemers bij mij aan het bureau."
Wat doet een beleidsmedewerker vrijetijdseconomie?
De taken van een beleidsmedewerker vrijetijdseconomie komen natuurlijk voor een groot deel overeen met die van andere beleidsmedewerkers.
1. Blijft op de hoogte van ontwikkelingen
Vrijetijdseconomie is een breed begrip. Vaak heb je als beleidsmedewerker een eigen specialisatiegebied binnen het onderwerp vrije tijd, zoals de horeca. Toch zul je vaak dwarsverbanden moeten kunnen leggen met andere onderwerpen (horeca bij sportcomplexen of de horecavoorziening bij een evenement). Van jou wordt verwacht dat je overal over mee kunt praten. Je leest dus veel en hebt regelmatig overleg over de nieuwste ontwikkelingen en plannen in de vrijetijdssector.
Ineke Lemmers: "Lastig aan mijn werk is dat je overal wat van af moet weten. Ik zit vaak met ondernemers in de vrijetijdssector aan tafel. Die hebben veel praktijkervaring en zijn gespecialiseerd in een bepaald onderwerp. Toen ik net begon met deze baan heb ik de oren van mijn hoofd afgelezen, met veel mensen in de sector gepraat en referentieprojecten bezocht."
2. Schrijft nota´s en beleidsstukken
Als beleidsmedewerker vrijetijdseconomie schrijf je veel. Langetermijnplannen over de ontwikkeling van de voorzieningen in de stad, een nota voor de gemeenteraad over het hotelbeleid of een advies aan het college van Burgemeester en Wethouders over de evenementen in de stad: jij draait er je hand niet voor om. Het gaat hier niet om het schrijven alleen, je moet ook anderen in het proces betrekken, anders belandt jouw plan in de la en gebeurt er niets mee.
3. Adviseert bestuur en ondernemers
Je hebt een adviesrol naar zowel het gemeente- of provinciebestuur als naar ondernemers. Denk bijvoorbeeld aan adviezen over (toekomstige) locaties voor vrijetijdsvoorzieningen aan het gemeentebestuur. Of adviezen over met welke evenementen de stad zich het best kan profileren. Dit zijn onderwerpen die ook voor bestuurders interessant zijn, dus reken er maar op dat iedereen zich ermee bemoeit.
Ondernemers komen bij je langs als ze iets nieuws willen beginnen. Je adviseert ze over bijvoorbeeld locaties voor hun plannen en brengt ze in contact met andere instellingen of ondernemers die hen verder kunnen helpen. Daarom is het hebben van een netwerk in de vrijetijdssector binnen de stad of regio ontzettend belangrijk.
4. Ontwikkelt marketingbeleid voor de gemeente of regio
De vrijetijdssector is voor een stad van groot economisch belang omdat het bedrijven en bewoners trekt. Er is vaak genoeg te doen in een stad, maar als niemand van de activiteiten op de hoogte is, gebeurt er weinig. Kortom: promotie is noodzakelijk. Dit kun je doen door het ontwikkelen van een goede internetsite. Als beleidsmedewerker aan jou mede de taak om je stad op de kaart te zetten. Nationaal én internationaal.
Wat is je plaats in de organisatie?
Je directe collega´s zijn beleidsmedewerkers. Zij houden zich vaak bezig met andere aspecten van de vrijetijdseconomie, zoals het horecabeleid, het detailhandelbeleid of beleid voor evenementen in de stad. Je hebt ook veel te maken met collega´s die zich bezig houden met de ruimtelijke ordening (zoals bestemmingsplannen), verkeer (hoe zorgen we ervoor dat alles goed bereikbaar is) en natuurlijk je collega´s van de afdeling communicatie.
Wie is je baas?
Je hebt meerdere bazen: het hoofd van de beleidsafdeling (vrijetijds)economie of de afdeling toerisme en recreatie, de directeur van de dienst, de wethouder die het onderwerp in zijn portefeuille heeft en het gehele college van Burgemeester en Wethouders.
Welke competenties moet je hebben?
Naast de algemene competenties van een beleidsmedewerker heeft de beleidsmedewerker vrijetijdseconomie de volgende competenties nodig:
1. Inlevingsvermogen hebben
Belangrijk is dat je je kunt inleven in verschillende soorten bezoekers. Je kunt niet alleen uitgaan van wat jij leuk vindt om te doen op een vrijdagavond. Het gaat om het totaalplaatje: ook je moeder, kleine nichtje en je buurvrouw en die buitenlandse toerist moeten iets van hun gading kunnen vinden in de stad of regio.
2. Met veel verschillende soorten mensen kunnen omgaan
Je praat veel met collega´s binnen de gemeente, met vertegenwoordigers van organisaties die zich met toerisme bezighouden (bijvoorbeeld de VVV) en met de ondernemers. Dat zijn zowel starre 'niks mag'-bestemmingsplannenmakers als flitsende 'alles moet kunnen'-ondernemers.
3. Netwerken en lobbyen
Je netwerkt veel, zodat je goed op de hoogte blijft van wat er speelt en je ondernemers naar de juiste partijen door kunt verwijzen. Lobbyen en draagvlak creëren zijn manieren om mensen warm te laten lopen voor een bepaald beleid en ze te laten bijdraaien als ze het er niet mee eens zijn. Vaak zul je daarvoor ideeën van anderen moeten meenemen. Dan is het ook een beetje hun plan en zullen ze eerder hun weerstand overboord zetten.
4. Abstract én concreet kunnen denken
Als beleidsmedewerker vrijetijdseconomie moet je op twee sporen kunnen denken. Het langetermijnbeleid is op hoofdlijnen en abstract: denk aan de vraag hoe de stad zich in de aankomende vijftien jaar wil ontwikkelen.
Je moet echter ook concretere adviezen kunnen geven over voorzieningen in de stad. Bijvoorbeeld een vraag als: is dat evenement financieel haalbaar?
Hoe word je beleidsmedewerker vrijetijdseconomie?
Belangrijk is dat je een generalistische opleiding hebt, bijvoorbeeld planologie of sociale geografie, omdat het werkgebied breed is. Je moet verbanden kunnen leggen met andere terreinen, zoals het grondbeleid van de gemeente.
Tegenwoordig is er ook een hbo-opleiding vrijetijdsmanagement waarmee je als beleidsmedewerker vrijetijdseconomie goed uit de voeten kunt. Het voordeel van deze opleiding is dat je de sector vanuit meerdere kanten bestudeert. Je krijgt bijvoorbeeld ook vakken die te maken hebben met ondernemerschap in de vrijetijdssector. Denk daarbij bijvoorbeeld aan kennis over hoe je een evenement opzet zodat het winstgevend is. Daarmee heb je een brede kijk op de sector.
Verder is het vinden van een baan een stuk makkelijker als je al over werkervaring beschikt in de vrijetijdssector.
Wat zijn je carrièremogelijkheden?
Na een tijd als beleidsmedewerker vrijetijdseconomie te hebben gewerkt, kun je bijvoorbeeld aan de slag als:
- projectleider vastgoed bij de overheid
- projectontwikkelaar
- adviseur bij een grote keten op het gebied van bijvoorbeeld hotels, fitnessketen of bioscopen
- adviseur / consultant bij een bureau dat zich richt op de vrijetijdssector
- marketing manager, bijvoorbeeld bij de VVV, ANWB of ketenbedrijvens
Trends in het beroep
- Pro-actiever: gemeentes en provincies gaan zelf steeds meer ondernemen om aantrekkelijk te zijn voor bezoekers. Een voorbeeld is de inrichting van een kunstgallerij in het stadhuis van Den Haag. Maar ook de steun van de gemeente Amsterdam aan het evenement 'Sail' is een voorbeeld van een meer actieve rol in het aantrekkelijk maken van de stad.
- Marketingbenadering: vooral de grote steden zijn zich steeds meer bewust van de noodzaak zich als stad te profileren. Waren vroeger foldertjes en een slogan ('er gaat niets boven Groningen') genoeg, tegenwoordig worden er heuse designbureaus bijgehaald en wordt er druk vergaderd over het imago van de stad en hoe dit te beïnvloeden. De term hiervoor is citymarketing. De kunst is de stad zo kernachtig mogelijk te profileren op de eigen unieke sterktes.
Ineke Lemmers: "Een belangrijke kracht van Den Haag is dat we veel internationale instellingen hebben, zoals de ambassades en het Vredespaleis. Daarmee onderscheidt onze stad zich. Dat is een van de pijlers voor onze citymarketing. Het maakt ons bijvoorbeeld interessant voor internationale congressen."
- Integraal: vroeger werden de verschillende onderwerpen op vrijetijdsgebied los van elkaar benaderd. Zo had je bijvoorbeeld een afdeling die zich bezig hield met sport en een afdeling die belast was met horeca. Dit wordt steeds meer samengevoegd. Dat komt vooral omdat de markt steeds meer mengvormen vertoont. Zoals een fitnessonderneming met een café en een restaurant erbij. Of een boekhandel waar je ook wat kunt drinken. Gemeentes en provincies integreren de werkzaamheden op die beleidsterreinen dus steeds meer.
- Belangrijker: de vrijetijdssector wordt steeds meer als een belangrijk middel gezien om inwoners en (internationale) bedrijven aan de stad te binden. Om je als bedrijf in de stad te vestigen, wil je graag hoogopgeleid personeel, vaak ook internationaal. Dat gaat een stuk makkelijker als de stad ook veel te bieden heeft op het gebied van kunst en cultuur en andere uitgaansgelegenheden.
Welke beroepen lijken erop?
- Beleidsmedewerker op andere beleidsterreinen, zoals beleidsmedewerker kunst en cultuur of beleidsmedewerker sport
- Adviseur/consultant in de vrijetijdssector
Aanbevolen website
- Het marketingplan van de stad Amsterdam is een voorbeeld van citymarketing.
Aanbevolen boeken
- Florida, Richard, De rise of the creative class. The Perseus Books Group, 2004. Dit boek heeft het denken over de vrijetijdseconomie in steden behoorlijk veranderd. De creatieven zijn de mensen die met creativiteit hun boterham verdienen. Deze nieuwe creatieve klasse kijkt op een andere manier tegen werk en vrije tijd aan. Omdat zij de motor zijn van de economische groei en welvaart, wordt het voor steden belangrijk om deze groep aan zich te binden. Bedrijven gaan zich namelijk steeds meer vestigen daar waar ze de nodige creativiteit ter beschikking hebben, en dat is in bruisende steden, met een vernieuwende muziekscène, een groot aanbod aan experimentele recreatie en een leuk uitgaansleven.
- Metz, T., Pret! Leisure en landschap, NAI uitgevers, 2002. Het boek beschrijft de invloed van de vrijetijdsindustrie op de inrichting van Nederland: de veranderingen in de historische binnensteden, de commercialisering van de natuur en het cultureel erfgoed, de ontwikkeling van attractieparken, maar ook nieuwe verschijnselen als 'rustrecreatie'.
- Kotler, P. en anderen, Marketing places Europe: how to attract investments, industries, residents and visitors to cities, communities, regions and nations in Europe, Prentice Hall, 1999. Kotler is een echte marketing goeroe. In dit boek beschrijft hij hoe je een stad of regio op de kaart kunt zetten.
Auteur: Mariëlle de Groot
http://www.carrieretijger.nl/beroep/economie-management/beleid-ondersteunend/beleidsmedewerker-vrijetijdseconomie Sitemap — © Copyright Applinet B.V. 2004-2010 — Colofon

