Carrièretijger: Home Carrièretijger
Carrièretijger
Carrièretijger
U bent hier: Home Functioneren Communiceren Mondeling communiceren Gespreksvaardigheden Discussiëren

Discussiëren

Discussiëren doe als je een verschil van mening hebt. Met alleen roepen: "Ik vind dat we minder moeten vergaderen!", krijg je geen gelijk. Je moet je mening met argumenten kunnen onderbouwen, of je gebruikt tegenargumenten om het standpunt van de ander onderuit te halen. Als je een hbo-opleiding volgt, zul je veel samenwerkend moeten studeren en daar hoort discussiëren in projectgroepen ook bij.

Wat is discussiëren?

Als je discussieert, verschil je van mening met een ander en wil je die persoon overtuigen van de juistheid van jouw standpunt. Beide partijen gebruiken argumenten om hun standpunt te verdedigen. Een belangrijk verschil met een betoog is dat je direct op elkaars argumenten moet reageren. Goed luisteren en snel denken dus. Discussiëren is de mondelinge vorm van argumenteren. Argumenteer je op papier (of op het scherm) dan schrijf je een betoog.

Discussiëren in het hbo-onderwijs

Discussiëren is een belangrijke vaardigheid als je samenwerkt. Je zult het immers niet altijd met je collega´s eens zijn, maar er wel samen uit moeten komen. Tijdens een hbo-opleiding krijg je te maken met projectonderwijs, waarin in groepen aan de oplossing van een bepaald probleem wordt gewerkt. Het idee daarachter is dat je door deze vorm van onderwijs beter wordt voorbereid op je latere beroep. Je zult samen een resultaat moeten kunnen bereiken. Daarvoor zul je regelmatig de discussie met je medestudenten moeten aangaan.

Tijdens hun opleiding Commerciële Economie krijgen vier studenten de opdracht marktonderzoek te doen voor een nieuw op te richten bedrijf in onderwijssoftware. Hun eerste discussie ging over de wijze waarop ze het marktonderzoek zouden aanpakken. Tijdens het project hadden ze naast inhoudelijke discussies ook regelmatig discussies over de taakverdeling, de structuur van het stuk, over wie er mocht presenteren, enzovoort.
Josine was één van de studenten: "Het was best lastig om met z´n vieren een opdracht uit te voeren, zeker in het begin. Ik heb er wel veel van geleerd. Omdat we goed over alle meningsverschillen hebben gediscussieerd, werd onze samenwerking tijdens het project steeds beter. We wisten daardoor ook steeds beter welke kwaliteiten de groepsleden hadden. In het begin kostte het veel tijd, later luisterden we beter naar elkaar en hadden we daar echt profijt van."

De discussie over het ´hoe, wat en waarom´ zal binnen een projectgroep veel tijd in beslag nemen. Als je het goed doet, draagt een discussie bij aan een goed eindresultaat, doordat het beste standpunt boven komt drijven. In dat geval gebruik je de discussie om het resultaat van de groep als geheel te verbeteren.
Gaat het niet goed, kan de samenwerking uitlopen op één oeverloze discussie. Niemand wil zijn gelijk opgeven, en het gaat niet meer om het resultaat, maar om wie de discussie wint.

Soorten discussies

Een discussie kan verschillende doelen hebben.

Fases in een discussie

Ideaal gezien heeft een discussie vier fases.

1. De confrontatie

Het wordt duidelijk dat de standpunten verschillen.

Bijvoorbeeld: Twee collega-verkopers praten over wat ze doen bij een kleine wijziging in de levering van de producten: gaan ze de klant bellen, ja of nee?
Verkoper A: "Je moet niet voor elk wissewasje de klant gaan bellen."
Verkoper B: "Juist wel! Je moet zorgen dat je veel contact hebt en laten zien dat je betrokken bent."
Verkoper A: "Daarover verschillen we duidelijk van mening."

2. De opening

De discussie om het verschil van standpunt op te lossen begint. Je kunt afspraken maken over de spelregels van de discussie. Bijvoorbeeld dat je elkaar uit laat praten en goed naar elkaar luistert. In de opening kunnen beide partijen elkaar vragen stellen om elkaars standpunt concreet te krijgen.

Een van de verkopers zegt: "Laten we het daar over hebben. Het is belangrijk dat we hierin een lijn trekken. Wat stel jij precies voor?"

3. De argumentatie

Als je argumenteert lever je de bewijsvoering die je mening of standpunt onderbouwt. Argumenten voor en tegen worden uitgewisseld. Hier begint dus eigenlijk pas de echte discussie.

Verkoper A: "Ik merk dat klanten het vervelend vinden als er iets verandert in hun bestelling. Als ze vooraf worden gewaarschuwd is het meestal geen probleem."
Verkoper B: "Dat kan wel zijn, maar de meeste klanten verwachten dat wij weten wanneer een verandering in de bestelling van belang is voor die klant."

4. De afsluiting

Je kijkt in hoeverre de discussie het meningsverschil heeft opgelost.

Verkoper A: "Zou het kunnen zijn dat het per klant verschillend is? Maar dat we per klant goed moeten bekijken of we het hem laten weten of niet?"
Verkoper B: "Een informerend mailtje kan eigenlijk nooit kwaad. Dat lijkt me in dit geval een goede oplossing."
Verkoper A: "Dat lijkt mij een werkbaar voorstel."

Deze vier fases zie je ook vaak terug in een schriftelijk betoog, in de krant bijvoorbeeld. De schrijver begint met zijn standpunt. Daarna leidt hij de rest van zijn tekst door te schrijven dat hij zijn standpunt met argumenten gaat verdedigen. Als de argumenten allemaal zijn toegelicht sluit hij af met iets als: "Nu is het wel duidelijk dat ik gelijk heb!" Vervolgens kan een lezer een brief schrijven naar de krant om het standpunt onderuit te halen. Dan heb je een discussie.

Spelregels voor een goede discussie

Het is belangrijk bij een discussie enkele spelregels in acht te houden. Een discussie kan anders uit de hand lopen en in het ergste geval uitlopen in een conflict. Vaak zul je op basis van een discussie een besluit nemen. Dan moet de discussie wel worden opgelost. Let voor een prettige en zinvolle discussie op een aantal punten:

Tips bij het discussiëren

Ondersteunende competenties bij het discussiëren

Hoe toon je bij een sollicitatie aan dat je kunt discussiëren?

Je solliciteert op een functie als beleidsmedewerker op een ministerie. In de advertentie staat dat ze iemand zoeken die kan discussiëren. Je vraag je af wat ze daarmee bedoelen.

Met je collega-beleidsmakers maak je plannen voor het beleid van de minister. Je kijkt kritisch naar elkaars plannen en ideeën en praat daarover met elkaar. Soms zul je met elkaar van mening verschillen en zul je met argumenten duidelijk moeten maken waarom jij voor een bepaalde aanpak kiest.

Tijdens je hbo-opleiding Bestuurs- en Overheidsmanagement was je voorzitter van de opleidingscommissie van je opleiding. Je hebt hierdoor niet alleen ervaring opgedaan in het voeren van discussies, maar ook in het leiden ervan. Na het afronden van je opleiding ben je nog een aantal keer teruggevraagd om in lastige kwesties discussieleider te zijn.

Dit verwerk je in je sollicitatiebrief en je zorgt ervoor dat je tijdens je sollicitatiegesprek een aantal voorbeelden volgens de STAR-methode paraat hebt.

Andere voorbeelden

Bedrijfsleider: Soms komt een klant met een klacht bij mij die niet terecht is. De klant heeft dan bijvoorbeeld de gebruiksaanwijzing of de verpakking niet of niet goed gelezen, waardoor het apparaat stuk is gegaan. Dat zorgt dan wel eens voor een discussie waarbij ik de klant moet zien te overtuigen van mijn gelijk. Zolang ik rustig blijf en vriendelijk mijn argumenten naar voren breng, lukt het mij bijna altijd de klant te overtuigen.

Bureauredacteur: Met het redactieteam discussiëren we iedere dag over de onderwerpen die we 's avonds in de uitzending willen behandelen. Soms levert dat pittige gesprekken op omdat er bijvoorbeeld heel veel nieuws te melden is. Ik ben zeer gedreven om met argumenten de anderen te overtuigen dat een bepaald onderwerp toch in de uitzending moet, maar ik kan ook van standpunt veranderen als een ander betere argumenten heeft.

Voorbeelden van vragen over discussievaardigheden tijdens het sollicitatiegesprek:

Aanbevolen websites

Aanbevolen boek

Auteur: Mariëlle de Groot

http://www.carrieretijger.nl/functioneren/communiceren/mondeling/vaardigheden/discussieren Sitemap © Copyright Applinet B.V. 2004-2017 ColofonAdverteren

Carrièretijger
Carrièretijgers in gesprek over solliciteren, opleiding, persoonlijke ontwik­keling en carrière maken: